Top
Bijenwas
  • Bijenwas
3,00

100 %  Bijenwas.

Een broodje bijenwas zoals op de foto is ongeveer 30 gram.
Bijenwas, brokken. De bijenwas komt van imkers die alleen gebruik maken van natuurlijke zuren zoals mierenzuur en oxaalzuur. Let op: deze bijenwas is meestal niet gecontroleerd in een laboratorium. De was komt uit het buitenland en is licht van kleur. Ideaal voor het maken van kaarsen en creme, zeep of eigen raat.

30 Gram kan als brievenbuspost verzonden worden.

Voor meer informatie over Bijenwas vind u hier.

Wat is bijenwas?

Bijenwas wordt door vrouwelijke honingbijen geproduceerd uit wasklieren op de buik. Met deze was worden de raten met de bekende zeshoekige cellen gebouwd. In deze cellen worden eitjes gelegd door de koningin en worden de larven gevoed door de vrouwelijke werkbijen.Imkers verwijderen verouderde wasraten uit de bijenkasten en smelten deze om. Gefilterd levert het  schone bijenwas op. De gele kleur van de wasraten is opgepikte kleurstof van bloempollen. Bijenwas is van oorsprong kleurloos. De kleur van de bijenwas varieert met de bloemsoorten die bezocht zijn door de bijen maar wordt ook donkerder als de wasraten ouder worden. Witte bijenwas werd vroeger verkregen door bijenwas in platte vellen te rollen en deze in de zon (UV-licht) te laten bleken.Bijenwas is van oudsher de duurste grondstof voor kaarsen .De vlam is wat meer goudgeel van kleur dan de vlamkleur van andere wassen. Dit samen met de geelgouden kleur van de kaarsen geeft een warme sfeer in de huiskamer. Ik vind de geur zeer lekker.Onderzoek heeft aangetoond dat bijenwaskaarsen als enige kaarsen een negatieve lading aan de verbrandingsgassen meegeven. Deze lading zorgt ervoor dat stofdeeltjes en geuren zich met elkaar binden tot zwaardere deeltjes en naar beneden zweven. Hierdoor zuiveren bijenwaskaarsen de lucht. Bijenwaskaarsen zijn daarom vaak goed verdraagbaar door mensen met gevoelige luchtwegen. Het is dan wel noodzakelijk de kaarsen tochtvrij te laten branden zodat de kaarsen niet roeten. Het is een misverstand dat bijenwaskaarsen niet kunnen roeten. Er zitten echter veel minder giftige stoffen in deze roet dan in de roet van paraffine, wat een aardolie product is

2. Het ontstaan van bijenwas   Bijenwas wordt door werksterbijen in een bepaalde levensfase, geproduceerd. Normaal gesproken ontwikkelen bij werksterbijen de “wasklieren” in de tweede levensweek en zijn die klieren het best ontwikkeld tussen de twaalfde en de achttiende dag. Inactieve klieren kunnen echter terug geactiveerd worden door bijv. intensief voedsel aanbod en de aanwezigheid van (extra) bouwruimte.
Het achterlijf van een bij is uit 6 segmenten opgebouwd, waarvan aan de buikzijde de 4 achterste tweedelig zijn. Ze bestaan uit een achterste, sterk behaard deel en een voorste zacht, onbehaard deel. Dit laatste ziet eruit als 2 ingezonken, spiegelgladde vlakken, die “wasspiegels” worden genoemd. Hieronder liggen de cellen (wasklieren) die was kunnen produceren.
Indien het achterlijf wordt gestrekt, dan worden de wasplaatjes, hard geworden (gestolde) wasafscheidingen zichtbaar. Deze komen als doorzichtige, ca. 0,5 mm² en niet meer dan 0,8 mg wegende plaatjes, tussen de 4 laatste segmenten uit. Met de achterpoten strijken de bijen langs het achterlijf en via de beharing en met behulp van de andere poten wordt het wasplaatje uiteindelijk doorgegeven aan de monddelen (kaken), waar het met speeksel vermengd en gekneed wordt voor de uiteindelijke toepassing. Het afscheiden van wasplaatjes door de bijen, wordt door imkers ook wel, “was uitzweten” genoemd.
Omdat een wasplaatje relatief laag van gewicht is, moeten de bijen 1.250.00 van die plaatjes uitzweten om 1 kg was te produceren.
De aanvankelijk spierwit gekleurde was, kleurt in een later stadium witgelig tot beigeachtig onder invloed van sterke kleurpigmenten afkomstig uit stuifmeelpollen.
Om 1 gram bijenwas te produceren moet een bij ca 4,7 gram suikers (honing) consumeren. In ongunstige omstandigheden zal het suikerverbruik zelfs nog veel hoger liggen. Haast alle imkers geven teruggewonnen was in de vorm van kunstraat terug aan de bijenvolken, die hierdoor minder energie behoeven te steken in het “was uitzweten” en zodoende ook meer honing overlaten aan de imker.
Goede imkers zorgen er altijd voor dat hun ratenbestand op tijd vernieuwd wordt. Raten waar larven zich in hebben verpopt laten op den duur, door achterlating van poppenhuiden (chitinehuiden), minder licht door, indien raat onvoldoende licht doorlaat, dient het nodig vervangen te worden. De laatste jaren worden de raten in een veel eerder stadium door imkers vernieuwd. Dit om virale bijenziekten buiten de deur te houden.
De oude raten worden doorgaans d.m.v. een zonnewassmelter, stoomwassmelter, of stoomwaspers omgesmolten, om in een later stadium weer tot kunstraat - vellen of t.b.v. andere toepassingen te worden verwerkt.

3. Eigenschappen van bijenwas
Bijenwas beschikt over talrijke en unieke kwaliteiten. Tot nu toe is het onmogelijk gebleken om bijenwas met dezelfde kwaliteitseigenschappen langs synthetische weg na te maken.
De natuur biedt de mens naast bijenwas ook nog andere wassoorten, zowel van dierlijke als van plantaardige afkomst. Onder de dierlijke was, vinden we bijv. de Chinese was, die geproduceerd wordt door het mannetje van de familie van de schildluizen (Coccoidea). Een voorbeeld van een plantaardige was is de Japanse was, die geoogst wordt uit de vruchten van de Rhus succedanea. Ook verschillende Zuid – Amerikaanse tropische palmen brengen via hun bladeren was voort, de zogenaamde “Carnaubawas”.
Tegenwoordig is grootschalig gebruik voor industriële toepassing van was voornamelijk aangewezen op minerale was, afkomstig uit de extractie van steenkool of distillatie van petroleum. Dit product is meestal paraffine.
In chemisch opzicht is bijenwas een zeer stabiel product. D.w.z. dat de eigenschappen van bijenwas nauwelijks degenereren, zodat deze eeuwen behouden blijven. Daarvan getuigt o.a. de bijenwas die door de Vikingen gebruikt werd voor het dichten van hun boten en die na ontdekking door archeologen uitgebreid is onderzocht. Bijenwas weerstaat oxidatie, wordt nauwelijks door zuren aangetast en is onoplosbaar in water.
Bijenwas is goed oplosbaar in terpentijn, ether, chloroform en benzine. Koude alcohol heeft nauwelijks invloed op de was, maar het lost wel de harsstoffen (afkomstig van propolis) goed op.
Natuurkundige eigenschappen van bijenwas:
1.        Bijenwas is in koude toestand een korrelig brekende en brosse massa, maar het is sterk genoeg om enkele kilogrammen honing te dragen. Bij een temperatuur van ca. 35ºC wordt de was soepel en goed kneedbaar.
2.      Het smeltpunt van zuivere was (bijv. zegelwas*) ligt tussen de 64ºC en 65ºC. Oude raat smelt bij een iets hogere temperatuur. Het smeltpunt is beïnvloedbaar door de aanwezigheid van onzuiverheden. De harsen die in bijenwas kunnen voorkomen, doen het smeltpunt 1 tot 2ºC dalen.            
3.      De dichtheid van bijenwas is ca. 0,96. Het is dus lichter dan water. De dichtheid wordt groter bij lagere temperaturen. Dit betekent dat bijenwas bij lagere temperaturen (dus ook bij stolling) zal krimpen.
4.      Was is een zeer slechte warmtegeleider, dus een goede isolator. Het isoleert veel beter dan rubber of hars.
5.      De kleur van bijenwas kan variëren van (licht) geel tot beige of bruin. De geur herinnert aan die van honing. De smaak is kruidig. Bij herhaaldelijk smelten of bleken van de was, verzwakken geur en smaak, de dichtheid zal oplopen en de was wordt brosser.

 
* Zegelwas, die ook wel zegeltjes was genoemd wordt, is bijenwas die afkomstig is van dekseltjes van honingraten. Alvorens honing te kunnen winnen moeten de raten worden “ontzegeld”. De was afkomstig van het ontzegelen is doorgaans verse was en de meest zuivere en kostbare bijenwas die imkers uit bijenvolken kunnen winnen.





Stuur naar een vriend
@
@
Generating captcha code